De bruinvis
Van alle walvisachtigen die in de Noordzee voorkomen is de bruinvis de meest voorkomende. De latijnse naam is Phocoena phocoena. Samen met bijvoorbeeld de potvis, de orka en de tuimelaardolfijn is de soort ingedeeld bij de tandwalvissen. Met een gemiddelde lengte van niet veel meer dan anderhalve meter is het één van de kleinste walvisachtigen. Vrouwtjes bruinvissen worden iets groter dan de mannetjes.
Naast de gewone bruinvis bestaat de familie Phocoenidae uit nog 5 andere soorten bruinvissen. Dit zijn de Californische bruinvis of vaquita, de brilbruinvis, de burmeister bruinvis, de Indische bruinvis en de dall-bruinvis. Al deze soorten hebben een heel eigen verspreidingsgebied. In de Noordzee en de Atlantische Oceaan komt alleen de gewone bruinvis voor.
De bruinvis onderscheidt zich van de typische dolfijnen door een stompe snuit, een kleine driehoekige vin en spatelvormige tanden. De rug is donkergrijs, de buik helderwit. Bruinvissen zijn solitaire dieren. Ze leven vaak alleen, maar worden ook in kleine groepen van 2 tot 10 dieren en incidenteel in grotere groepen waargenomen. Bruinvissen leven in ondiepe zeeën en komen voor in vrijwel alle kustzones met een gematigd of koud klimaat op het noordelijk halfrond. Het verspreidingsgebied in Europa loopt van het Iberisch schiereiland tot de Barentszee met geïsoleerde populaties in de Zwarte Zee en de Baltische zee. Behalve op open water worden bruinvissen ook in estuaria en binnenwateren aangetroffen, ze kunnen zelfs in rivieren en kanalen die in open verbinding staan met de zee worden gezien.
Bruinvissen kunnen een leeftijd bereiken van meer dan 20 jaar, maar de meeste dieren worden niet ouder dan 10. Seksuele volwassenheid wordt al bereikt na 3 tot 4 jaar waarna vrouwtjes over het algemeen elke 1 of 2 jaar zwanger worden. De draagtijd is 10 tot 11 maanden waarna jongen met een lengte van ongeveer 70 centimeter in de zomer geboren worden. Na enkele maanden zogen gaan de jonge dieren ook kleine visjes of schaaldiertjes eten. Ze worden na 6 tot 12 maanden zelfstandig. Jonge dieren van ouder dan een jaar worden dan ook zelden met hun moeder gezien.
Het dieet van bruinvissen bestaat uit een grote variatie in vissoorten zoals haring, kabeljauw, wijting, zandspiering en platvissen maar ook garnalen en inktvis. Bruinvissen verblijven voornamelijk vlak onder het wateroppervlak maar kunnen op zoek naar voedsel duiken maken naar dieptes van meer dan 200 meter.
De bruinvis is in Nederland een inheemse soort en wordt regelmatig voor de kust gezien, vooral in de wintermaanden en het vroege voorjaar (november - april). Tot ongeveer het einde van de jaren vijftig was de bruinvis algemeen langs de Nederlandse kust, maar in de jaren zestig was de soort hier verdwenen. Sinds 1985 werden weer af en toe kleine aantallen bruinvissen in de Nederlandse kustwateren gezien. Vanaf 1990 werden steeds meer bruinvissen waargenomen met een grote toename vanaf 2000. De reden van deze toename is niet geheel duidelijk maar heeft te maken met verschuivingen in leefgebied en migratiepatronen van populaties in de Noordzee.

